
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers
Artikel 9
1
De uitkering bedraagt het verschil tussen de van toepassing zijnde grondslag en het inkomen.
2
In de in het eerste lid bedoelde uitkering is begrepen een vakantie-uitkering ter hoogte van 7,5/107,5 van die uitkering.
3
Indien het percentage van de vakantiebijslag, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, wordt gewijzigd, wordt de in het tweede lid genoemde verhouding dienovereenkomstig aangepast.
4
Indien de hoogte van de uitkering vastgesteld op grond van artikel 47 van de Werkloosheidswet en de toeslag op grond van artikel 8, vierde lid, van de Toeslagenwet, gezamenlijk minder bedroeg dan de uitkering bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt de uitkering vastgesteld op dat lagere bedrag.
5
Het vierde lid is niet van toepassing, voor zover het recht op uitkering op grond van de Werkloosheidswet gedeeltelijk is geƫindigd door het verrichten van werkzaamheden als lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal, van een vertegenwoordigend orgaan van een publiekrechtelijk lichaam dat bij rechtstreekse verkiezing wordt samengesteld, of van een algemeen bestuur van een waterschap.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.